Regie: Peter Jackson
Cast: Jack Black, Naomi Watts e.a.
Kijkwijzer: 12, geweld, angst

Een aap op een eng eiland dat men naar New York haalt en het gevecht aan gaat met zijn menselijke onderdrukkers, lekker spannend. De grote klapper van 2005 kan ik niet ongemoeid laten en dus is het tijd voor de recensie van het achtste wereld wonder, de remake van de klassieker uit 1933: King Kong.

Om eerlijk af te trappen: het verhaal van die aap is saai. Er is niet zo veel te vertellen en er gebeurd ook eigenlijk niet zoveel. Communicatie tussen aap en mens is praktisch onmogelijk en het hele gedoe is een spectaculair geheel van veel geschreeuw en heel veel actie. Niet dat, dat niet super cool is.

Peter Jackson heeft kortweg de film uit 1933 overgetrokken, alle technische mogelijkheden van nu daarbij betrokken en sommige zaken uitgebreid. Dat laatste vertaald zich in simpele zaken: er zijn niet een handjevol dino’s, maar Jackson heeft voor het gemak het hele Jurassic Park leeg getrokken wat resulteert in een film van niet anderhalf uur, maar een dikke drie uur. Je moet er van houden denk ik.

De technische snufjes van nu hebben wel voor een ultieme ervaring gezorgd overigens, New York in de jaren dertig is vrijwel compleet en onherkenbaar voor het oog uit polygonen opgebouwd en ook Kong ziet er bere stoer uit. Meest memorabele moment is natuurlijk wanneer de grote aap de Empire State Building beklimt en vanaf de top militaire vliegtuigjes uit de lucht mept. Onvergetelijk en een must-see moment. Meest interessante aan de film is ongetwijfeld de onderliggende boodschap: de mens exploiteert de wereld. Mooie boodschap, maar ik laat me echt niet onderwijzen door een grote gorilla. Ga lekker kijken voor de actie want die spat van het scherm. Meest lekkere moment is als Kong de kaken van een dinosaurus openbreekt.

Eindcijfer: 8