U.S. and the world is een vak die de stand van de wereld op dit moment bespreekt. Daaronder terrorisme, het Midden-Oosten, genocide, Afrika en hoe dat is verbonden met het westen en Amerika. Hoewel het zware en diepe stof bevat is het een heel interessante klas. Afgelopen week zagen we bijvoorbeeld een film over kindsoldaten in Soedan. Welke beelden je ook van Afrika te zien krijgt, het is niet mooi. Invisible Children vertelt het verhaal van drie Amerikaanse jongens die naar Afrika vertrekken, op zoek naar een verhaal. Al gauw komen ze terecht in Soedan en Uganda, twee van de armste landen ter wereld waar al voor meer dan twintig jaar gevochten word. Staatsleger tegen staatsleger, rebellen tegen rebellen en iedereen voor zichzelf. Om het aantal manschappen op peil te houden houden de rebellen zich voornamelijk bezig met het kidnappen van kinderen die al van jongs af aan kunnen dienen, ze zijn groot genoeg om een AK-47 te dragen en klein genoeg om zich te verschuilen en als onschuldige voor te doen.

Dat maakt wel indruk, duizenden kinderen die de ouders zijn verloren tijdens de AIDS epidemie en zichzelf liever dood wensen omdat het vluchten of vechten voor de rebellen ondraaglijk is. Probleem is dat je er vrijwel niets aan kunt doen, er is geen land in het westen dat zich in het conflict mengt want niemand wil het vuur op kleine kinderen openen. Afrika is een bodemloze put.

De schoolbel klinkt en we gaan aan de lunch, bestellen een quarter pounder met extra kaas en een fles cola. Zo gaat dat.