Regie: Paul W.S. Anderson
Cast: Milla Jovovich, Ali Larter e.a.
Kijkwijzer: 16, geweld, angst

Voor als je het gemist had in 2002, 2004 en 2007: Afterlife is alweer de vierde Resident Evil film. Allen gebaseerd op de games, maar niet eerder waren zoveel elementen en personages uit de game opgenomen in een film. Als je de voorgangers en/of de games gemist hebt is dat niet heel erg, maar aangezien Afterlife verder gaat waar we gestopt waren met het derde deel, even een korte terugblik.

In het eerste deel ging het om de uitbraak van het T-Virus in de zogenaamde Hive – een ondergronds laboratorium van de Umbrella Corporation onder het stadje Raccoon City. In het tweede deel (ondertitel ‘Apocalypse’) brak het virus ook bovengronds uit en moesten de gefaalde experimenten (zombies) en één hele lelijke zombie (Nemesis) het in het hermetisch afgesloten Raccoon City uitvechten. In deel drie (ondertitel ‘Extinction’) was het continu falen van Umbrella en de hoofdpersonages op een hoogtepunt en had het virus zich meester gemaakt van de gehele aardbol. Die film eindige met de vernietiging van alle Amerikaanse laboratoria, maar werd ook direct duidelijk dat Umbrella met testen doorging in Tokyo, Japan.

In dit deel is Alice (Milla Jovovich) uit op wraak en gaat ze onder andere opzoek naar het mysterieuze Arcadia, een plek in Alaska waar geen zombies zijn en waar de laatste overlevenden zich hebben verschanst. Ze krijgt daarbij weer hulp van Claire Redfield (Ali Larter), diens broer Chris Redfield (Wentworth Miller, die we kennen uit Prison Break) en een handjevol hulpeloos zombievoer die het team compleet maken. Heel veel zombies, wapengekletter en een paar schrikmomenten volgen, maar er zijn geen noemenswaardige hoogtepunten. Naar het einde toe hebben de makers goed gekeken naar The Matrix daar de vijand een exacte kopie van Agent Smith is. Ook de klinisch witte omgevingen worden te weinig opgevrolijkt met… bloed, of een naakte Jovovich (in tegenstelling tot alle voorgangers dit keer dus geen naakt).

Alleen leuk voor de fans (van de games) dus. Toch zijn er twee zaken die wel goed zijn aan Afterlife: de 3D-effecten en een scène tijdens de aftiteling. Dit is één van de eerste films waar het 3D beeld heel natuurlijk overkomt, zeker niet onbelangrijk bij een film die niet geanimeerd is. Kleine details als de lopen van vuurwapens, kogels en onderdelen van de set (regen!) komen ‘uit’ het scherm en laten de actie er net even wat toffer uitzien. De extra scène is een mooie plot twist voor een volgend deel. Desondanks, Afterlife is het slechtste deel uit een toch al niet geweldige serie.

Eindcijfer: 4