De zogenaamde ‘longreads’ zijn precies dat, lange artikelen. Zoals ze al een paar jaartjes in kranten en tijdschriften staan zeg maar, vanaf een paar duizend woorden. Ironisch genoeg komen de stukken die gelinkt worden op sites als Longreads en Longform (beide in het lijstje ‘Beste websites van 2012′) juist uit de dode bomen hoek: New Yorker, The Atlantic en GQ zijn al meer dan gevestigde namen. Ze vertellen ouderwets sterke verhalen, de achtergronden bij het nieuws. Geen onderwerp blijft onbesproken dus aan een opsomming heeft u niets op deze plek in de inleiding. Niet dat dit een lang artikel gaat worden – lang of kort zijn mode zoals dikke en dunne stropdassen om het half jaar stuivertje wisselen. Afhankelijk van wie je het vraagt ook. Toch, er zijn nu sites die deze ontwikkeling serieus oppikken en dus schrijf ik er over.

Mark Armstrong bedacht de term in 2010 met de oprichting van Longreads.com omdat hij, zoals zo velen zou snel blijken, op zoek was naar langere artikelen. Met een praktisch doel ook: om onderweg te lezen. In het openbaar vervoer, thuis op de bank, op het toilet. Geen moment blijft onbenut om de e-reader, tablet of smartphone te pakken en om zich in een uitgebreid artikel onder te dompelen.

Het brengt een voor de e-reader en tablet-gebruikers een bijkomende ontwikkeling met zich mee: serieuze publicaties voegen buttons naar services als  Instapaper en Pocket toe. Hiermee sla je een artikel op om ‘t eenvoudig op een later tijdstip op genoemde apparaten op te vragen, handig.

NRC heeft de ontwikkelingen opgepikt en zet heel slim op zondag wat lange artikelen bij elkaar. Op Twitter taggen veel on- en offline publicaties met #longreads.